Aangekondigde wijzigingen in asbestregelgeving – Op naar een meer risicogericht asbeststelsel

aangekondigde wijzigingen in asbestregelgeving asbest

Al in 2018 is geconstateerd dat het stelsel van asbestregelgeving een groot aantal knelpunten kent. Die knelpunten hebben vooral betrekking op de handhaafbaarheid en de eenduidigheid van asbestregelgeving. Daarnaast is geconcludeerd dat onder omstandigheden te weinig ruimte bestaat voor innovatie en dat asbestsanering vaak kostbaar is, zonder dat daadwerkelijk sprake is van een betere gezondheidsbescherming van werknemers. Sinds 2018 is een aantal maatregelen al doorgevoerd om de asbestregelgeving meer risicogericht en eenduidiger te maken, zoals de oprichting van het Validatie- en Innovatiepunt en het in balans brengen van de belangenvertegenwoordiging binnen Ascert.

In een Kamerbrief van 9 november 2020 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aantal verdere wijzigingen van het asbeststelsel aangekondigd:

  • Koppeling van het certificatievereiste aan type asbesttoepassing;
  • Meer risicogerichte benadering van de eindbeoordeling;
  • Het harmoniseren van de uitzonderingen op de inventarisatieplicht en het toevoegen van enkele uitzonderingen;
  • Een aantal tekstwijzigingen om voorschriften eenduidiger en beter handhaafbaar te maken;
  • Verankering van het instrument SMArt-ns in de regelgeving.

Het is de bedoeling dat de voorgenomen wijzigingen in de regelgeving nog dit jaar ter consultatie worden aangeboden. De wijzigingen zullen in lagere arbeidsomstandighedenregelgeving worden verwerkt. De Staatssecretaris concludeert dat de voorgenomen wijzigingen relevant zijn voor de belangen van diverse partijen in de asbestsector. De te verwachten gevolgen van de wijzigingen worden overigens op dit moment nog in beeld gebracht via een impactanalyse. De resultaten hiervan worden inzichtelijk gemaakt tijdens de internetconsultatie. De voorgenomen wijzigingen, zoals aangekondigd in de Kamerbrief, worden hieronder kort besproken.

Koppeling van het certificatievereiste aan type asbesttoepassing

De certificatieplicht in geval van het werken met asbest zal niet langer afhankelijk zijn van de risicoklasse waarin gewerkt wordt, maar van de soort asbesttoepassing die wordt verwijderd. Dit heeft tot gevolg dat de asbesttoepassingen (met bijbehorende risico’s) die bij de betreffende toepassing horen, leidend worden voor de verplichting tot certificatie. De certificatieplicht zal gelden voor de asbesttoepassingen die potentieel tot hoge blootstelling aan asbestvezels kunnen leiden. Volgens de Staatssecretaris wordt het instrument van certificatie hierdoor gerichter ingezet.

Hierbij zal een onderscheid worden gemaakt tussen zogenoemde “A-toepassingen” en “B-toepassingen”. Voor die laatste groep zal gelden dat een certificaat is verplicht. De B-toepassingen zullen worden gedefinieerd in de Arboregeling. De A-toepassingen zijn die toepassingen waarvan duidelijk is dat de blootstelling in het algemeen beperkt blijft (zelfs in geval van incidenten). Ondanks dat voor de verwijdering van A-toepassingen geen certificatieplicht geldt, blijft uiteraard vereist om deskundig te zijn en voldoende voorlichting en goede instructie te geven aan werknemers en aan strenge eisen te voldoen voor verwijdering van asbest.

Van belang is verder dat de klasse-indeling (risicoklasse 1 en risicoklasse 2) blijft bestaan. Oók de bijbehorende grenswaarden voor de klasseindeling blijven onveranderd. Voor het saneren in risicoklasse 2 blijven dus meer/strengere regels gelden dan in risicoklasse 1. Als beheersmaatregelen worden genomen en het blootstellingsrisico wordt verlaagd tot onder de grenswaarde vervalt de certificatieplicht niet. Volgens de Staatssecretaris wordt hiermee een belangrijk knelpunt uit het huidige asbeststelsel weggenomen: ook al worden innovatieve maatregelen genomen waardoor in een voorliggend geval het blootstellingsrisico wordt verlaagd, dan zal dat geen gevolgen hebben voor de certificatieplicht. Ofwel, het omlaag brengen van het blootstellingsrisico als gevolg van innovatieve maatregelen, zal geen negatieve gevolgen hebben voor gecertificeerde asbestsaneringsbedrijven. Dit komt de vereiste deskundigheid bij het uitvoeren van asbestverwijdering (waar in potentie wél sprake kan zijn van hoge blootstellingsrisico’s) ten goede.

Meer risicogerichte benadering van de eindbeoordeling

Ook de eindbeoordeling zal worden afgestemd op het te verwachten risico. Nu geldt dat bij risicoklasse 2 een eindbeoordeling moet worden gedaan door een onafhankelijke eindinspectie-instelling. Een onderdeel hiervan is de visuele inspectie en – bij saneringen in binnenruimtes – moeten ook nog metingen van asbest in de lucht worden gedaan. De voorgenomen wijziging houdt in dat het doen van luchtmetingen alleen nog vereist is in situaties waarin daadwerkelijk risico bestaat op overschrijding van de toetswaarde. Dit zal tot gevolg hebben dat er minder metingen worden gedaan. Daar staat tegenover dat er in meer gevallen een eindbeoordeling verplicht wordt gesteld. In geval van asbesttoepassingen die de potentie hebben om te leiden tot hoge blootstellingen (de zogenoemde B-toepassingen) wordt óók in risicoklasse 1 een onafhankelijke visuele eindbeoordeling verplicht gesteld.

Overige wijzigingen

In de consultatie zal een aantal andere wijzigingen worden meegenomen waardoor asbestregels duidelijker en eenduidiger worden omschreven. Dit zal de handhaafbaarheid van de asbestregels ten goede komen. Verder worden de uitzonderingen op de inventarisatieplicht in het Asbestverwijderingsbesluit en het Arbobesluit geharmoniseerd en worden enkele specifieke uitzonderingen voor telecombuizen en elektrische installaties toegevoegd.

Verdere voorgenomen wijzigingen

De Staatssecretaris heeft een aantal andere voorgenomen wijzigingen aangekondigd die op een later moment in consultatie worden aangeboden. Zo zullen de bestaande uitzonderingen op de inventarisatieplicht opnieuw tegen het licht worden gehouden. Verder zullen technische voorschriften met betrekking tot de werkwijzen op het gebied van asbestverwijdering (zoals opgenomen in het huidige certificatieschema) voor zover mogelijk uit de schema’s worden gehaald en opgenomen worden in de Arboregelgeving of handhavingsrichtlijnen. Deze wijzigingen zullen in een tweede wijziging van het Arbobesluit worden opgenomen.

Ontwikkeling SMArt-ns

Op dit moment is een digitaal instrument SMArt-ns in ontwikkeling dat het huidige SMArt instrument zal vervangen. Binnen SMArt worden asbesttoepassingen in risicoklassen ingedeeld. Alle gecertificeerde asbestinventarisatiebedrijven kunnen een SMArt uitdraai maken die vervolgens in een inventarisatierapport kan worden verwerkt. Het vernieuwde SMArt-ns instrument moet uiterlijk 1 augustus 2021 worden opgeleverd. Het instrument zal volgens de Staatssecretaris verder bijdragen aan een risicogericht stelsel; hiermee kan het te verwachten blootstellingsniveau worden vastgesteld en de stand van de wetenschap worden verduidelijkt. Dat heeft mogelijk tot gevolg dat toepassing van SMArt-ns in een aantal gevallen het doen van metingen kan vervangen. In tegenstelling tot het huidige SMArt kan SMArt-ns naast de inventariseringsbedrijven ook worden geraadpleegd door saneringsbedrijven zodat deze hun verantwoordelijkheid om als werkgever de risico’s in kaart te brengen beter kunnen invullen.

Vragen? Neemt u gerust contact met ons op.