De “Alcateltermijn” in het aanbestedingsrecht

Nog veel meer dan in de meeste andere rechtsgebieden, moet een advocaat in het aanbestedingsrecht bedacht zijn op de korte en strikte vervaltermijnen die daarin spelen. De bekendste en belangrijkste is zonder twijfel de vervaltermijn die geldt nadat de aanbestedende dienst de voorlopige gunningsbeslissing heeft bekendgemaakt. Deze termijn, die doorgaans wordt aangeduid als de “Alcateltermijn” – naar een arrest van het Europese Hof van Justitie uit 1999 – bedraagt momenteel tenminste 20 dagen. Binnen die 20 dagen moet een afgewezen inschrijver een kort geding aanhangig maken bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank. Doe hij dat niet, dan vervalt het recht daartoe en kan de gunning definitief worden gemaakt.

In een recente zaak die speelde bij de Voorzieningenrechter in Den Haag werd nogmaals onderstreept hoe strikt de Alcateltermijn in het aanbestedingsrecht moet worden opgevat. In die zaak, over een aanbesteding voor onderhoud van openbare verlichting, had de gemeente Leidschendam-Voorburg op 3 juli 2015 aan de inschrijvers bekend gemaakt dat zij voornemens was om de opdracht te gunnen aan partij [A]. Ook had zij daarin onder meer de inschrijving van inschrijver Citytec ongeldig verklaard wegens het ontbreken van een stelpost, die kennelijk wel opgenomen had moeten worden. Binnen 20 dagen maakt inschrijver Ziut bezwaar tegen de voorlopige gunningsbeslissing. En met succes: de inschrijving van [A] is alsnog ongeldig verklaard door de gemeente en op 28 juli 2015 wordt een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing verzonden met daarin een nieuwe Alcateltermijn van 20 dagen. Citytec, die na partij [A] de laagste inschrijving zou hebben ingediend, start vervolgens een kort geding, met de stelling dat haar inschrijving ten onrechte ongeldig is verklaard en dat na het wegvallen van partij [A] de inschrijving aan haar en dus niet aan Ziut had moeten worden gegund.

De Voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Citytec echter af. Zij had al in eerste instantie, dus binnen 20 dagen na 3 juli 2015, tegen de ongeldigverklaring van haar inschrijving kunnen en moeten opkomen. De tweede Alcateltermijn kon nog slechts worden gebruikt voor bezwaren tegen de gunning aan Ziut of voor bezwaren tegen de ongeldigverklaring van de inschrijving van [A].

Deze uitspraak onderstreept nog maar eens de striktheid waarmee in de rechtspraak wordt omgegaan met de Alcateltermijn. Als een ongeldig verklaarde inschrijver niet tijdig bezwaar maakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing, dan houdt het voor hem op. Dat geldt dus ook als die eerste voorlopige gunningsbeslissing komt te vervallen en plaats maakt voor een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing met een nieuwe Alcateltermijn.