De nieuwe Alcoholwet per 1 juli 2021

Alcoholwet

Om een horecabedrijf of slijterij te mogen uitoefenen in Nederland is vereist dat aan de exploitant een Drank- en Horecawetvergunning is verleend. Daarnaast bevat de Drank- en Horecawet met name regels voor particulieren en bedrijven waarbij het verstrekken van zwak-alcoholhoudende dranken voor een gebruik elders dan ter plaatse slechts een onderdeel van de bedrijfsvoering uitmaakt. Op 1 juli 2021 treedt de nieuwe Alcoholwet in werking. Deze wet vervangt de huidige Drank- en Horecawet. Niet alleen wordt hiermee een naamswijziging doorgevoerd, maar ook treedt hiermee een aantal relevante wijzigingen in werking voor verkopers van alcohol én particulieren. 

In de Memorie van Toelichting valt te lezen op welke wijze de Alcoholwet tot stand is gekomen en wat de achterliggende doelstellingen zijn van de nieuwe wet. De wijzigingen zijn met name het gevolg van het Nationaal Preventieakkoord en evaluatie van de Drank- en Horecawet. In dit blog wordt een aantal belangrijke wijzigingen die de Alcoholwet met zich brengt besproken.

Grenzen aan prijsacties

Met de inwerkingtreding van de Alcoholwet zijn prijsacties met meer dan 25% korting niet langer toegestaan. Dit heeft onder andere tot gevolg dat prijsacties waarbij een tweede of derde product gratis wordt verstrekt, worden voorkomen. Deze nieuwe regel geldt overigens alleen voor “gebruik elders dan ter plaatse” (zoals de verkoop van alcohol door supermarkten, slijterijen en webshops), waarmee wordt bedoeld dat prijsacties voor “gebruik ter plaatse” (denk aan happy hours in de horeca) wél blijven toegestaan. 

Het stunten met prijzen wordt aldus aan banden gelegd. Of sprake is van een prijsactie met meer dan 25% wordt beoordeeld door het waarnemen van aanbiedingen of verstrekkingen offline en online door de toezichthouder (hier: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)). 

Regels voor verkoop op afstand 

Een andere wijziging, die wat betreft concurrentiepositie in het voordeel kan zijn van slijterijen en horecabedrijven, is dat online bestellingen van sterk alcoholhoudende dranken (en overige producten behorende tot het slijtersbedrijf) alleen mogen worden verkocht via een website die geen andere producten aanbiedt. Dit houdt bijvoorbeeld in dat supermarkten per 1 juli 2021 niet langer sterk alcoholhoudende dranken mogen verkopen via de eigen, algemene website voor het thuisbezorgen van boodschappen. 

Verder wordt op grond van de Alcoholwet enkel toegestaan om online alcoholhoudende drank te verkopen indien er een aangewezen leeftijdsverificatiesysteem wordt gebruikt. Via dit leeftijdsverificatiesysteem moet worden vastgesteld dat de koper op het moment van de aankoop de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt. Op dit moment zijn er nog geen concrete leeftijdsverificatiesystemen, bij lagere regelgeving zullen nadere regels worden gesteld. De NVWA zal hier toezicht op houden (bijvoorbeeld door het gebruik van een fictieve identiteit). 

Bij verkoop op afstand is sprake van een keten, waarbij soms meerdere partijen betrokken zijn. Iedere verkoper dient een geborgde werkwijze op te stellen waarin staat omschreven hoe de leeftijdsgrens wordt geborgd in de gehele keten, vanaf het moment van verzending tot het moment van levering. De NVWA kan dit document opvragen. Indien een alcoholhoudende drank – ondanks de geborgde werkwijze – alsnog aan een minderjarige wordt verstrekt, dan is de oorspronkelijk verkoper daarvoor in principe verantwoordelijk. 

In de nieuwe Alcoholwet is een three-strikes-out-maatregel opgenomen in het kader van verkoop op afstand. Dit betekent, kort gezegd, dat bedrijven die driemaal in 12 maanden tijd de regels met betrekking tot de leeftijdsgrens hebben overtreden, de bevoegdheid ontzegd kan worden om alcoholhoudende drank te verkopen.

Intrekken Besluit eisen inrichtingen DHW

De vereisten waaraan een horeca-inrichting moet voldoen zijn vooralsnog opgenomen in het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet. Denk aan eisen als een minimale vloeroppervlakte, voorzieningen van elektriciteit, luchtverversingscapaciteit, etc. Dit besluit vormt een aanvulling op de algemene eisen van het Bouwbesluit 2012. Het Besluit eisen inrichtingen DHW vervalt met de inwerkingtreding van de Alcoholwet. In de nieuwe Alcoholwet zal een aantal regels worden opgenomen, verder blijft het Bouwbesluit van toepassing. 

Artikel 10 van de nieuwe Alcoholwet bevat de eisen voor horeca-inrichtingen. Een eis uit het Besluit eisen inrichtingen DHW die van kracht blijft betreft het scheiden van de slijtlokaliteit met andere bedrijfsactiviteiten door een verbindingsruimte. Deze regel geldt bijvoorbeeld voor supermarkten die in een afgesloten ruimte sterk alcoholhoudende dranken verkopen met een slijtersvergunning. Ter verduidelijking wordt in de nieuwe Alcoholwet een definitie gegeven van een “besloten ruimte”: een ruimte die omsloten is door scheidingsconstructies. Overigens blijft als eis bestaan dat de minimale vloeroppervlakte van de horecalokaliteit 35m2 dient te zijn. Nieuw is de regel dat gemeenten de bevoegdheid krijgen om zelf een hogere oppervlakte-eis te bepalen (in een gemeentelijke verordening).

Nieuwe eis leidinggevenden

Daarnaast geldt per 1 juli 2021 de verplichting dat leidinggevenden van een horecabedrijf of slijterij staan ingeschreven in het Register sociale hygiëne. Tot dusver gold enkel de formele eis dat leidinggevenden moeten beschikken over voldoende kennis en inzicht in sociale hygiëne. In de praktijk verandert er echter niets, omdat leidinggevenden nu ook moeten beschikken over een bewijsstuk waaruit blijkt dat ze beschikken over voldoende kennis en inzicht in sociale hygiëne en óók nu is inschrijving in het register noodzakelijk (artikel 8 lid 5 Drank- en Horecawet). 

De overige voorwaarden zijn neergelegd in de Regeling bewijsstukken sociale hygiëne Drank- en Horecawet 2015. Er is één relevante wijziging: tot dusver kon een inschrijving in het register ook op grond van een verklaring van vakbekwaamheid plaatsvinden. Dat is met de inwerkingtreding van de Alcoholwet niet langer mogelijk.

Landelijke examencommissie sociale hygiëne

Verder wordt de huidige Landelijke examencommissie voorzien van een nieuwe naam: de Landelijke examencommissie sociale hygiëne (afgekort: Lcsh). Deze commissie wordt naar publiek recht ingesteld als zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Dit betekent dat (bepaalde) beslissingen, afkomstig van dit orgaan, mogelijk vatbaar zijn voor bezwaar en beroep (kort gezegd: voor zover sprake is van een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht). Deze commissie erkent diploma’s als bewijsstuk voor kennis en inzicht in sociale hygiëne en besluit over de inschrijving van mensen die een dergelijk bewijsstuk of een buitenlands diploma hebben in het Register sociale hygiëne.

Cursussen en proeverijen in slijtlokaliteiten 

Voor slijters bestaat op dit moment geen mogelijkheid om in de verkoopruimte besloten en betaalde proeverijen aan te bieden. Een andere wijziging is dan ook dat op grond van een gemeentelijke verordening cursussen gerelateerd aan alcoholhoudende dranken en betaalde proeverijen in alle slijtlokaliteiten van een gemeente kunnen worden toegestaan, voor zover deze plaatsvinden buiten de dagen en tijden waarop de slijterij normaal gesproken geopend is. Hiervoor zal een afzonderlijke ontheffing of vrijstelling (op grond van de gemeentelijke verordening) moeten worden verleend. Het staat slijters óók dan overigens niet vrij om andere levensmiddelen of producten te verkopen dan die in het Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf staan vermeld. 

Strafbaarstelling “doorgeven van alcohol” aan minderjarigen

Het verstrekken van alcohol, bedrijfsmatig of anders dan om niet, aan personen van wie niet is vastgesteld dat zij 18 jaar zijn, is op basis van de Drank- en Horecawet al verboden. Ook is al bepaald dat minderjarigen die op publieke plekken alcoholhoudende dranken in hun bezit hebben zelf strafbaar zijn. Nieuw is de regel dat volwassenen die alcohol bestellen en doorgeven aan minderjarigen óók strafbaar zijn. Hierdoor kan zowel aan de volwassene als aan de minderjarige een bestuurlijke boete worden opgelegd als geconstateerd wordt dat een volwassene een minderjarige alcoholhoudende drank verstrekt.

Deze nieuwe regel wordt neergelegd in artikel 45a van de nieuwe Alcoholwet en een overtreding hiervan kan worden gestraft met een geldboete van de eerste categorie van artikel 23, lid 4, van het Wetboek van Strafrecht (op dit moment € 435,-). 

Ten behoeve van toezicht en handhaving worden 16- en 17-jarige testkopers (die in opdracht van de toezichthouder een pseudoaankoop doen) uitgezonderd van de strafbaarstelling van het aanwezig hebben of voor consumptie gereedhouden van alcoholhoudende drank op voor publiek toegankelijke plaatsen. In de nieuwe Alcoholwet wordt bovendien toegestaan dat 14- en 15-jarige vmbo-leerlingen in het kader van hun opleiding alcohol mogen verstrekken (onder de huidige Drank- en Horecawet geldt de leeftijdsgrens van 16 jaar).

Ten slotte vervalt de regel dat een minderjarige een slijterij alleen mag betreden onder begeleiding van iemand boven de 21 jaar, omdat deze eis in de praktijk tot lastige situaties leidt (waarbij bijv. een jonge ouder een kind buiten moet laten staan). Leidend is en blijft dat geen alcoholhoudende drank wordt verstrekt aan minderjarigen.  

Tot slot

De nieuwe Alcoholwet brengt meerdere relevante wijzigingen met zich voor de horecabranche. Wilt u advies over hoe u uw slijterij of horecabedrijf het beste kunt voorbereiden op de nieuwe Alcoholwet die over enkele maanden in werking treedt, neemt u dan gerust contact op met onze sectie bestuursrecht