Executie op grond van hypotheekakte

Notariële aktes – zoals hypotheekaktes – kunnen een executoriale titel opleveren. Dat betekent kortweg dat hetgeen in zulke aktes opgenomen is zonder gerechtelijke tussenkomst door een deurwaarder ten uitvoer kan worden gelegd. De gevolgen van dergelijke executiemaatregelen zijn doorgaans zeer ingrijpend. In het licht hiervan heeft de Hoge Raad in ‘92 al geoordeeld dat het treffen van zulke maatregelen op basis van een hypotheekakte alleen is toegestaan als de (omvang van de) vordering van de bank voldoende concreet in de akte is omschreven.

Veel hypotheekaktes vermelden echter slechts dat een hypotheekrecht naast de hoofdverbintenis tevens wordt gevestigd tot zekerheid van de betaling van al hetgeen de bank van de schuldenaar te vorderen heeft of mocht hebben uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, verleende en/of alsnog te verlenen kredieten in rekening-courant, tegenwoordige en/of toekomstige borgstellingen, dan wel uit welken anderen hoofde ook. Op 8 februari jl. heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een dergelijke zinsnede onvoldoende is om de hypotheekakte tevens aan te wenden voor vorderingen die niet op een andere wijze voldoende bepaalbaar in de akte zijn omschreven. Dit leidt ertoe dat banken voor die vorderingen alsnog naar de rechter moeten.