Wijzigingen in het jaarrekeningrecht

16 november 2015Ondernemingsrecht Door: Jonathan Crozier

Op 1 november 2015 is de Europese richtlijn betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving. Hieronder treft u de belangrijkste wijzigingen voor het Nederlandse jaarrekeningrecht.

Wijziging publicatietermijn per 1 november 2015

31 januari is een datum die bij veel bestuurders omcirkeld staat in de agenda. Dit is namelijk de uiterlijke datum waarop de jaarrekening van de B.V. gepubliceerd dient te worden. Dit gaat veranderen.

De bovengenoemde wetswijziging houdt in dat voor ondernemingen die vallen onder Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (kort gezegd: het BW) de opmaak- en publicatietermijn wordt gewijzigd. De uiterlijke opmaaktermijn voor jaarrekeningen wordt teruggebracht van 11 naar 10 maanden. Dit heeft als gevolg dat ook de publicatietermijn wordt teruggebracht van 13 naar 12 maanden.

In concreto: de jaarrekening van de BV en de NV dient te worden opgemaakt binnen 5 maanden na afloop van het boekjaar, waarbij verlenging van maximaal 5 maanden (in plaats van 6 maanden) mogelijk is. De jaarrekening van de vereniging, de stichting, de coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij dient te worden opgemaakt binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar, waarbij verlenging van maximaal 4 maanden (in plaats van 5 maanden) mogelijk is.

Deze nieuwe regels zijn van toepassing op boekjaren die op of na 1 januari 2016 aanvangen, zelfs indien de statuten van de onderneming op dit punt nog niet zijn aangepast. De nieuwe regels kunnen uiteraard ook vrijwillig worden toegepast op eerdere boekjaren. Let wel, bij de vrijwillige eerdere toepassing van de nieuwe regels over het boekjaar 2015 dient de jaarrekening voor 31 december 2016 gepubliceerd te worden!

Nieuwe grensbedragen

Aan de hand van de criteria die in de artikelen 396 tot en met 398 van Boek 2 BW zijn opgenomen wordt onderscheid gemaakt tussen grote, middelgrote en kleine rechtspersonen. Met de implementatie van de hiervoor genoemde Europese richtlijn zijn nieuwe grensbedragen voor de kleine en middelgrote ondernemingen vastgesteld.

Volgens artikel 2:396 BW is een onderneming klein indien aan twee van de volgende drie vereisten wordt voldaan: (i) een balanstotaal van niet meer dan € 4.4 miljoen (ii) een netto-omzet van niet meer dan € 8.8 miljoen en (iii) het gemiddeld aantal werknemers is minder dan 50. Deze bedragen zijn thans verhoogd naar € 6 miljoen (balanstotaal) respectievelijk € 12 miljoen (omzet).

Volgens artikel 2:397 BW is een onderneming middelgroot indien aan twee van de volgende drie vereisten wordt voldaan: (i) een balanstotaal van niet meer dan € 17.5 miljoen, (ii) een netto-omzet van niet meer dan € 35 miljoen en (iii) het gemiddeld aantal werknemers is minder dan 250. Deze bedragen zijn thans verhoogd tot respectievelijk € 20 miljoen (balanstotaal) en € 40 miljoen (omzet).

Micro-ondernemingen

Voorts wordt een categorie toegevoegd aan het jaarrekeningrecht, namelijk ‘micro-ondernemingen’. Dit zijn rechtspersonen die aan twee van de volgende drie vereisten voldoen: (i) een balanstotaal van maximaal € 350 000, (ii) een netto-omzet van maximaal € 700 000 en (iii) maximaal tien werknemers. Deze micro-ondernemingen zijn vrijgesteld van de accountantscontrole en van het opmaken van een bestuursverslag. Daarnaast krijgt de micro-onderneming de mogelijkheid om een verkorte balans en winst-en-verliesrekening op te stellen, waarbij uitsluitend de balans openbaar dient te worden gemaakt. Een micro-onderneming mag echter, in tegenstelling tot een kleine onderneming, geen gebruik maken van een waardering op grond van fair value.

Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u advies nodig? Neem dan contact op met onze sectie ondernemingsrecht.