Krakers ontruimen

29 maart 2016Onroerend goed, Vastgoedrecht Door: Kim Aupers

In het geval uw pand wordt gekraakt, zijn er verschillende mogelijkheden om tot ontruiming over te gaan.

Ontruiming op basis van het wetboek van strafrecht

In 2010 is de Wet Kraken en Leegstand in werking getreden en is het kraken van gebouwen strafbaar gesteld. Dit is opgenomen in artikel 138a Wetboek van strafrecht (Sr). Dit betekent dat de politie het gebouw, onder leiding van de officier van justitie, kan ontruimen. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 28 oktober 2011 (LJN BQ9880) bepaald dat de strafrechtelijke ontruiming inbreuk maakt op het huisrecht van de krakers en het Openbaar Ministerie aan hen de gelegenheid moet bieden een kort geding te starten waarin zij een voorgenomen ontruiming ter toetsing kunnen voorleggen. De krakers kunnen dus proberen een ontruiming te voorkomen door een (civielrechtelijk) kort geding te starten. Het beleid van het Openbaar Ministerie is hierop ook ingericht.

Civielrechtelijke ontruiming  

Hoewel het raadzaam is om aangifte te doen bij de politie van schending van het eigendomsrecht, is het nog maar de vraag of er ook tot ontruiming wordt overgegaan. U kunt daarom ook zelf direct in actie komen door een kort gedingprocedure te starten tot (civielrechtelijke) ontruiming. Hierbij zullen de belangen van de eigenaar om over zijn eigendom te beschikken (en om zijn eigendom terug te krijgen) en de belangen van de krakers om in het pand te kunnen blijven, worden afgewogen. Daarbij zal de eigenaar voor het aanhangig maken van een kort gedingprocedure ook moeten aantonen dat hij een spoedeisend belang heeft bij de ontruiming.

Kraken van terrein/erf: erfvredebreuk

Het kraakverbod zoals opgenomen in artikel 138a Sr beperkt zich tot woningen en andere gebouwen en ziet niet op een besloten erf dat niet langer in gebruik is. Daarop ziet artikel 138 Sr. Artikel 138 Sr is het artikel over huisvredebreuk en bepaalt kort gezegd dat het binnendringen van een woning, besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, of daarin verblijven zonder toestemming van de eigenaar, niet is toegestaan.

In een zaak die onlangs aan de Hoge Raad is voorgelegd (HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:345) ging het om een voorgenomen ontruiming van het terrein rondom een voormalig dierenasiel. Een aantal krakers had zich gevestigd in stacaravans op het erf rondom het dierenasiel. De krakers waren van mening dat het erf niet ontruimd kon worden omdat niet was voldaan aan de delictsomschrijving van artikel 138a Sr (deze bepaling beperkt zich tot woningen en andere gebouwen) en artikel 138 Sr (omdat het erf niet langer in gebruik was bij de rechthebbende).

Volgens het Hof was wel voldaan aan de delictsomschrijving van artikel 138 Sr omdat het betreffende terrein/erf op het moment van kraken in gebruik was bij de rechthebbende (de Gemeente). Volgens het Hof volstaat voor het gebruik van een besloten erf dat een ander dan de kraker daarover het bezit of houderschap uitoefent en mogen daaraan geen hoge eisen worden gesteld. In dat verband vindt het Hof het omheinen van het terrein ten behoeve van sanering en ontwikkeling voldoende.

In cassatie gaat het vervolgens om de beoordeling van het delictbestanddeel “bij een ander in gebruik”. De krakers betogen dat hiervoor feitelijk gebruik van het erf vereist is in dezelfde mate als vereist voor huisvredebreuk met betrekking tot een woning. De Hoge Raad is het niet met de krakers eens. Volgens de Hoge Raad is het oordeel van het Hof hieromtrent juist.

Bij beoordeling of is voldaan aan het bij erfvredebreuk geldende delictsbestanddeel “bij een ander in gebruik” zoals is opgenomen in artikel 138 Sr komt het erop aan of een ander dan de kraker in feitelijke zin bezit of houderschap over het erf uitoefent. Van dit feitelijke gebruik zal snel (eerder dan bij een woning) sprake zijn. Dat ligt ook voor de hand nu de intensiteit van het gebruik van een besloten erf veel lager zal liggen dan bij een woning.