Mag u ongevraagd commerciële e-mails versturen?

21 maart 2013 kwam het nieuws naar buiten dat de OPTA de Goede Doelen Loterijen (u waarschijnlijk ook wel uit uw brievenbus bekend) een boete heeft opgelegd wegens het versturen van zo’n 78 miljoen (!) ongevraagde e-mails. De boete die in dit geval door de OPTA is opgelegd  beloopt: 200.000 euro. Dat is zo’n zestien keer de straatprijs van de Postcodeloterij, maar voor de Goede Doelen Loterij waarschijnlijk nog steeds lucratief.

Om dergelijke boetes van de OPTA – toch – te voorkomen is het noodzakelijk dat u zich bij het versturen van e-mails aan de regels omtrent het versturen van ongevraagde elektronische communicatie houdt. Deze regels staan in artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet en zal ik hieronder voor de volledigheid kort uiteenzetten.

Ongevraagde elektronische communicatie = verboden

De hoofdregel is dat er geen – aan niemand, dus ook niet aan uw klanten-  e-mails met een commerciële (“mijn product is geweldig”), ideële (“wij vinden bomen stom”) of charitatieve (“doneer 50 euro aan ons goede doel”) inhoud mogen worden verstuurd, zonder dat de ontvanger van de e-mail daar voorafgaand toestemming voor heeft gegeven. Het versturen ongevraagde elektronische berichten zonder toestemming is dus verboden. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen e-mails aan particulieren of bedrijven.

Toestemming vragen

Indien u dus voornemens bent om e-mails met een commerciële inhoud – nieuwsbrieven vallen hier in het algemeen ook onder – te versturen, zult u eerst toestemming van de ontvanger(s) moeten krijgen. U kunt daartoe bijvoorbeeld bij een (online) bestelformulier een aanvinkvakje (“ja ik wil op de hoogte worden gehouden van aanbiedingen”) opnemen dat de klant kan aankruisen.

Het is belangrijk dat het vakje niet vooraf staat aangevinkt en dat het voor de klant duidelijk is waarvoor hij zijn toestemming geeft (u mag dus niet in de privacy statement verstoppen dat de klant bij het aanvinken van het vakje akkoord gaat met het ontvangen van commerciële communicatie). Indien hierover onduidelijkheden bestaan, is er geen sprake van een geldige toestemming onder de Telecommunicatiewet.

Uitzonderingen

Op de hoofdregel (ongevraagde elektronische communicatie is verboden) zijn een aantal uitzonderingen. Zo hoeft u van bedrijven bijvoorbeeld geen toestemming te hebben gekregen om ongevraagde communicatie te versturen indien u uw commerciële e-mail verstuurt aan een e-mailadres dat daar klaarblijkelijk voor bestemd is (bijvoorbeeld spam@vantill.nl). Dergelijke e-mailadressen komen echter weinig voor.

Ook mag u ongevraagde elektronische berichten met een commerciële, ideële of charitatieve inhoud versturen aan e-mailadressen die u in het kader van uw bedrijfsuitoefening heeft verkregen, bijvoorbeeld uw eigen klanten. Hierbij moet wel aan een tweetal voorwaarden worden voldaan:

  1. de e-mails moeten betrekking hebben op eigen gelijksoortige producten of diensten; en,
  2. bij de verkrijging van de e-mailadressen moet de klant duidelijk en uitdrukkelijk de mogelijkheid zijn geboden om verzet aan te tekenen tegen het gebruik van de gegevens voor dat doel (wederom een aanvinkvakje opnemen dus).

Naast bovenstaande regels moet de inhoud van de e-mail die u stuurt ook nog aan een aantal eisen voldoen. Hier zal ik in een volgend bericht op terugkomen.