Toegankelijkheid universiteitsgebouwen voor gehandicapte student

20 september 2018Aansprakelijkheid, Onroerend goed Door: Kim Kroon en Sylvie Adriaanse

rolstoel VN-gehandicaptenverdrag

Begin van dit jaar heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens een belangrijke uitspraak gedaan over de toegankelijkheid van gebouwen en voorzieningen voor gehandicapte studenten. De uitspraak is helaas alleen in het Frans beschikbaar. In dit blog leggen we uit waar deze zaak over ging, wat het Hof heeft geoordeeld en wat voor betekenis dat voor Nederland heeft.

Wat was er aan de hand?

Als gevolg van een ernstig ongeval is het onderlichaam van de Turkse eerstejaars student Enver Şahin verlamd geraakt. Hij zit daarom in een rolstoel. Wanneer hij na enkele jaren zijn studie weer wil oppakken, blijkt dat de gebouwen van de universiteit voor hem niet toegankelijk zijn.

Şahin verzoekt de universiteit daarom om aanpassing van de gebouwen. Deze deelt hem echter mee dat zij de aanpassingen om financiële redenen niet op korte termijn zou kunnen aanbrengen. Wel wil de universiteit iemand aanstellen die Şahin kan assisteren in en rondom de universiteitsgebouwen. Şahin wijst dit verzoek af, onder meer omdat het inbreuk zou maken op zijn privacy.

Europese Hof voor de Rechten van de Mens

Europese Hof Rechten Mens justitie VN-gehandicaptenverdrag
Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

Şahin stapt naar de Turkse rechter, maar krijgt daar geen gelijk. Vervolgens dient hij een klacht in bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Volgens Şahin wordt hij door de ontoegankelijkheid van de universiteitsgebouwen gedwongen om te stoppen met zijn studie. Dat zou in strijd zijn met het recht op onderwijs (artikel 2 Protocol 1 EVRM) en het recht op eerbiediging van zijn privé leven (artikel 8 EVRM), beide in samenhang met het verbod van discriminatie (artikel 14 EVRM).

 Het VN-Gehandicaptenverdrag

Volgens het Hof is het recht op onderwijs in samenhang met het verbod van discriminatie inderdaad geschonden. De bepalingen uit het EVRM moeten volgens het Hof worden gelezen in het licht van het VN-Gehandicaptenverdrag. Dit verdrag bevordert, beschermt en waarborgt de mensenrechten van mensen met een beperking. Het geldt sinds 2009 voor Turkije en is in 2016 ook in Nederland in werking getreden.

Aanpassing universiteitsgebouwen

Het Hof begrijpt dat aanpassing van de Turkse universiteitsgebouwen wellicht niet op korte termijn mogelijk was. Maar het Hof vindt ook dat dit geen excuus is om helemaal niets aan de toegankelijkheid van de gebouwen te doen totdat het volledige daarvoor benodigde bedrag beschikbaar zou zijn.

Zelfstandig leven

De persoonlijke hulp die de universiteit Şahin had aangeboden kon volgens het Hof niet als een redelijk aanbod worden gezien. Het ging voorbij ging aan de behoefte van Şahin om ook als gehandicapte student zo onafhankelijk en autonoom mogelijk te leven. Volgens het Hof is het juist ook voor personen met een handicap van belang zelfstandig te kunnen leven en een gevoel voor eigenwaarde te ontwikkelen. Bovendien bleek nergens uit dat er een serieus onderzoek was ingesteld naar de behoeften van Şahin of naar de impact op zijn veiligheid, waardigheid en onafhankelijkheid.

Turkse rechter

Volgens het Hof was het in de eerste plaats aan de nationale rechter om een afweging te maken tussen de belangen van Şahin en die van de samenleving. Uit het oordeel van de Turkse rechter bleek echter niet dat deze zo’n afweging had gemaakt. De Turkse rechter had slechts overwogen dat de universitaire gebouwen stamden uit de tijd van voor de richtlijnen inzake toegankelijkheid en overwoog, zonder nadere toelichting, dat de door de universiteit aangeboden persoonlijke hulp voldoende was.

Niet-gehandicapte studenten

euros VN-gehandicaptenverdragNiet is nagegaan of er ook een oplossing mogelijk was die Şahin in staat zou stellen zijn studie te vervolgen op een manier die zo dicht mogelijk aanlag tegen die van niet-gehandicapte studenten. En zonder een al te grote last voor de universiteit te vormen. Volgens het Hof hebben zowel de universiteit als de rechtelijke autoriteiten zich onvoldoende ingespannen.

Aan Şahin is om bovenstaande redenen een bedrag van 10.000 euro toegekend, op grond van de schending van het recht op onderwijs in samenhang met het verbod van discriminatie.

Betekenis voor Nederland

Hoewel het hier gaat om een zaak tussen Turkse partijen, zal deze ook voor Nederland van belang zijn. Het Hof geeft hier namelijk uitleg over bepalingen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM).

Het EVRM is een Europees verdrag waarbij Nederland partij is. Dat betekent dat Nederland niet mag handelen in strijd met de bepalingen van het EVRM. Bij de Nederlandse rechter kan een beroep op deze bepalingen worden gedaan. De uitleg die het Hof aan deze bepalingen heeft gegeven, is gezaghebbend en ook bij de Nederlandse rechter van groot belang.

De positie van mensen met een beperking in het onderwijs

Sinds de inwerkingtreding van het VN-gehandicaptenverdrag in 2016 is er steeds meer aandacht voor de positie van mensen met een beperking. Dat laat ook bovengenoemde uitspraak zien. In deze specifieke zaak komt het belang van een inclusief systeem van onderwijs naar voren, onder verwijzing naar zowel het EVRM als het VN-gehandicaptenverdrag. Dat is een systeem van onderwijs waaraan iedereen kan deelnemen, en waarin de verscheidenheid en gelijkwaardigheid van studenten worden aanvaard. Studenten met een beperking moeten onderwijs kunnen volgen en daarom toegang hebben tot de universiteitsgebouwen. De voorzieningen daartoe moeten worden aangepast aan de specifieke behoeften van de student.

Actielijnen

In dit specifieke geval ging het om een student en een onderwijsinstelling. Echter, de verplichting om ervoor te zorgen dat gebouwen toegankelijk zijn voor mensen met een beperking is hiertoe niet beperkt. Het kabinet heeft recentelijk het programma ‘Onbeperkt meedoen!’ gepresenteerd, waarin het VN-gehandicaptenverdrag zoveel mogelijk wordt geïmplementeerd.

Bouwen en wonen

Het programma bestaat uit verschillende ‘actielijnen’. Een belangrijke actielijn betreft ‘Bouwen en Wonen’. Het is de bedoeling om ‘de toegankelijkheid van gebouwen te verbeteren en te zorgen voor de beschikbaarheid van voldoende geschikte woningen en woonvormen voor mensen met een beperking’, aldus het programma. Het is dan ook de verwachting dat het onderwerp toegankelijkheid in de toekomst een steeds belangrijker rol zal gaan spelen.

Heeft u vragen met betrekking tot toegankelijkheid van gebouwen en de juridische aspecten daarvan, neem dan gerust contact op met Kim Kroon of Sylvie Adriaanse.