Van Till advocaten vraagt om herziening opgelegde Airbnb-boetebesluiten

In de Huisvestingswet 2014 is bepaald dat het verboden is om een door de gemeente aangewezen woonruimte te onttrekken aan de woningvoorraad. Daar valt ook het verhuren van woningen via Airbnb onder. Dit verbod is niet van toepassing als hiervoor een vergunning (via de desbetreffende gemeente) is verkregen. In de Amsterdamse Huisvestingsverordening was bepaald dat die vergunning achterwege mocht blijven, zolang werd voldaan aan bepaalde voorwaarden, waaronder een meldplicht (het melden van de verhuur van de woning aan de gemeente).

Meldplicht is in strijd met de Huisvestingswet

Op 29 januari 2020 heeft Nederlands hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) bepaald dat deze meldplicht zoals neergelegd in de Amsterdamse Huisvestingsverordening in strijd is met de Huisvestingswet. De Afdeling is van oordeel dat de grondslag voor deze meldplicht daardoor is komen te vervallen. De in de Huisvestingsverordening opgenomen meldplicht wordt dan ook “onverbindend’ geacht. In het verlengde daarvan acht de Afdeling het onderdeel van de Huisvestingsverordening waarin een boetebedrag is opgenomen wegens het niet voldoen aan de meldplicht, eveneens onverbindend. Conclusie? De Afdeling oordeelde dat de bestuurlijke boete ten onrechte aan de betrokkene is opgelegd. Dit ondanks dat de betrokkene de Huisvestingswet heeft overtreden door zonder vergunning haar woning te verhuren. Wij schreven hier eerder al een blog over.

Is aan u een bestuurlijke boete opgelegd vanwege het niet voldoen aan de meldplicht?

Hebt u deze bestuurlijke boete al voldaan en/of is deze boete onherroepelijk geworden (dat betekent: de termijn om tegen het besluit in bezwaar of beroep te gaan is verstreken, waardoor het boetebesluit is komen vast te staan)? Meldt u zich bij Van Till advocaten!

Namens meerdere betrokkenen, die eenzelfde boete opgelegd hebben gekregen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, starten wij een procedure waarin wij het college verzoeken om herziening van het – aan ieder afzonderlijk – opgelegde boetebesluit.

Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestaat aanleiding om een dergelijk herzieningsverzoek in te dienen. Het gaat doorgaans om een fikse boete van ten minste € 6.000,-. Wij bieden onze werkzaamheden aan tegen een zeer gereduceerd, vast bedrag.

Vragen?

Neemt u contact op met Saskia Roeters van Lennep of Solange Drieshen.