Verplichte deelname aan StiPP: geldt dit ook voor mij?

2 juni 2016Arbeidsrecht Door: Jelmer Overdijk

Regelmatig krijgen wij vragen van ondernemers in het kader van de verplichte deelname aan het pensioenfonds van de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). Hoe weet u als ondernemer of u verplicht bent deel te nemen aan de StiPP pensioenregeling?

StiPP is verantwoordelijk voor de pensioenregeling in de branche voor personeelsdiensten. Hieronder vallen bijvoorbeeld uitzendbureaus, payrollbedrijven of detacheringsbureaus. StiPP is een zogenaamd verplichtgesteld bedrijfstak pensioenfonds. De verplichtstelling zorgt ervoor dat iedere tot de betreffende bedrijfstak behorende werkgever, zich verplicht moet aansluiten bij de pensioenregeling en dus ook pensioenpremies moet afdragen voor zijn werknemers.

De verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds wordt uitgesproken bij besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor de vraag of een bepaalde werkgever zich verplicht moet aansluiten bij StiPP is de werkingssfeerbepaling in dit verplichtstellingsbesluit bepalend.

De verplichting tot aansluiting bij StiPP ontstaat – kort gezegd – op het moment dat méér dan 50% van het loon waarover de werkgever werkgeverspremies dient af te dragen, betrekking heeft op personeel dat hij op basis van een uitzendovereenkomst ter beschikking stelt aan derden om aldaar arbeid te verrichten, zonder (noemenswaardig) gezag te kunnen uitoefenen over dit personeel.

Een belangrijke factor is daarom of de werkgever zijn personeel op basis van een uitzendovereenkomst ter beschikking stelt aan derden. Hierbij wordt in de eerste plaats gekeken naar de feitelijke situatie. Zo kan het voorkomen dat bij relaties waarbij strikt genomen geen sprake is van een uitzendovereenkomst, onduidelijkheid bestaat over de vraag of sprake is van verplichte deelname aan de StiPP pensioenregeling. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij het aannemen van opdrachten waarbij de nadruk ligt op menselijke arbeid.

In dit kader is van belang dat in de lagere rechtspraak al enige tijd een discussie gaande is over de vraag of het vervullen van een zogenaamde “allocatiefunctie” een vereiste is voor het bestaan van een uitzendovereenkomst, en dus voor de verplichte deelname aan StiPP. Dat wil zeggen: het aldus bij elkaar brengen van de vraag naar en het aanbod van tijdelijke arbeid, zoals vervanging van werknemers tijdens afwezigheid, het opvangen van piekuren of soortgelijke plotseling opkomende werkzaamheden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij het traditionele uitzendbureau. Er zijn echter vele tussenvormen van het ter beschikking stellen van personeel denkbaar waarbij het maar zeer de vraag is of sprake is van een allocatiefunctie. Een definitief antwoord op deze vraag lijkt dichtbij te zijn. Het vraagstuk is aan de Hoge Raad voorgelegd, die zich naar verwachting in het najaar van 2016 over dit onderwerp zal uitspreken. Op 19 april 2016 werd het advies van de Advocaat-generaal bij de Hoge Raad, de adviseur van de Hoge Raad, ten aanzien van dit vraagstuk gepubliceerd. De Advocaat-generaal stelt hierin dat de allocatiefunctie weliswaar een vereiste is voor het bestaan van een uitzendovereenkomst, maar dat moet worden uitgegaan van een ruim allocatiebegrip. Er moet sprake zijn van het bij elkaar brengen van de vraag naar en het aanbod van personeel, maar het is niet vereist dat het om tijdelijke arbeid gaat of zogenaamde “ziek of piek”-allocatie.

Wanneer de Hoge Raad dit advies zou overnemen, zou dit tot gevolg kunnen hebben dat ook werkgevers die hun personeel langdurig ter beschikking stellen aan derden en bijvoorbeeld payrollbedrijven zich mogelijk zullen moeten aansluiten bij StiPP, waarbij de premiebetalingen mogelijk met terugwerkende kracht zijn verschuldigd. StiPP heeft vergaande bevoegdheden om de naleving van de reglementen van het pensioenfonds af te dwingen. Zo kan StiPP boetes opleggen, dwangbevelen uitvaardigen en zelfs de (bestuurders van) de aangesloten werkgever aansprakelijk stellen.

StiPP hanteert een zeer proactief beleid waarbij zij bedrijven die mogelijk onder de werkingssfeer van haar pensioenfonds zouden kunnen vallen, opspoort. Vervolgens wordt deze bedrijven een vragenlijst toegezonden aan de hand waarvan StiPP vaststelt of sprake is van een verplichting tot aansluiting bij het StiPP pensioenfonds. Heeft u een brief ontvangen van StiPP met het verzoek een vragenlijst in te vullen? Ons advies is om vooral niet overhaast te handelen. Vanzelfsprekend kunt u contact met ons opnemen zodat wij u kunnen adviseren bij de voorbereiding van een reactie aan StiPP.