Wie is aansprakelijk voor het verwijderen van asbest?

Onlangs is bij een brand bij jachthaven ‘Het Steel’ in Roermond een grote hoeveelheid asbest vrijgekomen. De asbest is neergekomen in een deel van de binnenstad van Roermond. Het verspreidingsgebied is, zo vermeldt de website van de gemeente Roermond, nog niet geheel asbestvrij. Bezoekers van het gebied dienen hiermee rekening te houden en moeten hun schoenen en handen reinigen met water om de asbestdeeltjes af te spoelen.

Dat asbest gevaarlijk kan zijn, is inmiddels algemeen bekend. Sinds 1 juli 1993 mag asbest niet meer worden toegepast in de bouw. Er zijn nog veel bouwwerken van voor die tijd waarin asbest aanwezig is. De problemen met asbest ontstaan voornamelijk als de asbestproducten beschadigd raken en er (asbest)vezels vrij komen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij brand. Na de brand moeten de vrijgekomen asbestdeeltjes opgeruimd worden, al dan niet door speciaal daartoe gecertificeerde bedrijven. De kosten daarvoor kunnen hoog oplopen. De vraag is vervolgens wie verantwoordelijk is voor het opruimen van de vrijgekomen asbest en wie de kosten daarvoor dient te dragen.

Geen algemene verplichting gemeente tot het opruimen van asbest

Na een brand in een schuur in Leidschendam in maart 2003 waarbij asbest was vrijgekomen, heeft de rechtbank Den Haag de gemeente Leidschendam veroordeeld tot betaling van de kosten voor het opruimen van de asbest. De gemeente heeft, samen met de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), hiertegen hoger beroep aangetekend. Het Gerechtshof (Hof Den Haag, 4 oktober 2007) oordeelde dat er op de gemeente geen (algemene) verplichting rust tot het opruimen van asbest en/of het uitvoeren van asbestsaneringen. Dit is anders op het moment dat de verspreiding van asbest gevaar voor ongevallen met zich mee zou brengen (direct gevaar). Voorts heeft het Gerechthof geoordeeld dat op grond van artikel 5:37 BW de eigenaar van het stuk grond en de daarop gelegen schuur die in brand stond aan de eigenaren van de (naburige) percelen geen hinder mag toebrengen. De aanwezigheid van asbestdeeltjes op de naburige percelen zijn aan te merken als hinder. Het had dan ook op de weg van de eigenaar van de schuur gelegen om met betrekking tot de door de brand ontstane asbestverspreiding actie te ondernemen (asbestverwijdering). Kortom, het uitgangspunt van het Hof in deze zaak was dat het de verantwoordelijkheid van de eigenaar van het object is om zorg te dragen voor de opruiming van asbestdeeltjes die na een brand zijn vrijgekomen.

Gemeente brengt kosten van asbestverwijdering in rekening bij eigenaar

Nadat er brand was uitgebroken in een schuur in Woudrichem waarin asbest was verwerkt en door de brand asbest werd verspreid, heeft de gemeente diezelfde dag nog een asbestverwijderaar ingeschakeld. Deze asbestverwijderaar heeft de vrijgekomen asbest verwijderd en de gemeente heeft aan de eigenaar van de schuur de rekening van euro 75.000 gepresenteerd (in de vorm van een last onder dwangsom). De eigenaar ging in beroep bij de Raad van State. De afdeling van de Raad van State heeft de gemeente in het gelijk gesteld (Raad van State, 28 augustus 2012). De eigenaar van de afgebrande schuur had de asbest nog dezelfde dag moeten opruimen omdat het algemeen bekend is dat asbest een gevaar oplevert voor de volksgezondheid. De eigenaar heeft nog betoogd dat hij niet vooraf was gewaarschuwd en dat hij ook zelf de asbest wilde opruimen. Ook dit standpunt hield geen stand nu het een spoedeisend geval was en in een dergelijk geval (waarbij niet gewacht kan worden met het opruimen) de gemeente de asbest kan laten verwijderen zonder de eigenaar eerst daartoe in de gelegenheid te stellen.

Kortom, in het geval van vrijgekomen asbest (na een brand) kan de eigenaar van het betreffende object voor hoge kosten komen te staan. Vervolgens zal de vraag zijn of hij daarvoor verzekerd is (opstalverzekering) en/of de schade verhaald kan worden op de (eventuele) veroorzaker.